LED noodverlichting voor vluchtroutes, uitgangen en werkruimtes
LED noodverlichting zorgt bij uitval van de normale verlichting voor zicht en oriëntatie. In deze hoofdcollectie vind je vluchtroute- en pictogramarmaturen, noodverlichting spots en noodunits voor geschikte LED armaturen. Kies eerst het type oplossing en vergelijk daarna montage, IP-waarde, autonomie en elektrische compatibiliteit.
Welke noodverlichting nodig is, hangt af van het gebouw, het gebruik, de vluchtroute en de geldende voorschriften. Laat ontwerp, installatie en controle uitvoeren door deskundige partijen.
Welk type noodverlichting heb je nodig?
Vluchtroute- en pictogramverlichting
Deze armaturen maken looproutes en uitgangen zichtbaar. Modellen met pictogram duiden de vluchtrichting aan; andere armaturen verlichten de vloer, gang of open ruimte. Controleer zichtafstand, montagepositie, meegeleverde pictogrammen en geschiktheid voor de omgeving.
Noodverlichting spots voor compacte montage
Inbouw- en opbouwspots kunnen een vluchtroute of open ruimte gericht verlichten. Verschillende lenzen verdelen het licht rondom of juist langs een gang. De lichtverdeling moet bij de geplande plaatsing passen.
Noodunits voor bestaande LED verlichting
Een noodunit voedt een geschikt LED armatuur bij spanningsuitval vanuit een accu. Uitgangsspanning, vermogen, driver, schakeling en armatuur moeten bij elkaar passen. De benaming “voor LED buizen” of “voor LED spots” vervangt geen technische compatibiliteitscontrole.
Autonomie, IP-waarde en schakeling vergelijken
Veel producten zijn bedoeld voor maximaal drie uur noodbedrijf; de productpagina is altijd leidend. IP20 hoort bij geschikte droge binnenruimtes, terwijl een hogere beschermingsgraad relevant kan zijn bij stof of vocht. Controleer daarnaast of een armatuur continu of alleen bij spanningsuitval kan branden en hoe functie- en autonomietesten worden uitgevoerd.
Noodverlichting plannen en controleren
Breng vluchtroutes, richtingsveranderingen, trappen, uitgangen, risicopunten en open ruimtes in kaart. Toets het ontwerp aan de voor het gebouw geldende eisen, waaronder waar van toepassing het Besluit bouwwerken leefomgeving en relevante normen zoals NEN-EN 1838 en NEN 1010. Leg periodieke functie- en autonomietesten vast volgens het onderhoudsplan.









































